Aanvullende gegevens

Inv. nr. 193
Gemeente Leerdam
Eigenaar SIMAV (sinds 1985)
Type wipwatermolen
Functie tot 1940 het bemalen van de polder Bruinsdel en Hoog-Leerbroek
Bouwjaar onbekend
Opvoerhoogte afhankelijk van Linge peil; maalt tevens in circuit
Vlucht 25,50 m
Wiekvorm Oud-Hollands
Bovenas Wed. A. Sterkman & Zn., 's Gravenhage, nr. 209 (1863)
Roeden binnenroede: J. Straathof, Rijpwetering
buitenroede: J. Straathof, Rijpwetering
Wateras gietijzer, fabricage-gegevens onbekend
Sintelstuk gietijzer, fabricage-gegevens onbekend
Scheprad diameter: 6 m breedte: 0,40 m

Historische en technische bijzonderheden
In februari 1920 werd door het polderbestuur aan molenmaker Gerdessen uit Asperen opdracht gegeven alternatieve kostenberekeningen voor rendementsverhogende aanpassingen van de molens op te stellen.
Van het achttal begrotingen was de meest opvallende en ambitieuze de Voormolen van een drie meter hoge onderbouw en zwichtstelling te voorzien.
Als dit plan was uitgevoerd, was het de eerste wipwatermolen van een dergelijke omvang geworden die was geplaatst op een onderbouw met zwichtstelling.

Polderbestuur

Het polderbestuur koos echter voor het voorstel de kamwielen van de Voormolen aan te passen waardoor een gunstigere overbrengingsverhouding moest ontstaan.
Het onderwiel werd vergroot en de steekcirkel van de kammen daaraan aangepast. Bovendien werd de oude bovenschijfloop vervangen door een nieuw exemplaar, waarna de oude werd vermaakt tot onderschijfloop.
Het scheprad werd enkele centimeters lager geplaatst waardoor het met een groter volume aan water werd gevuld en zijn rendement toenam.

Omvangrijke restauratie

Een omvangrijke restauratie na een lange periode van stilstand begon op 26 april 1984 door het uitnemen van een der roeden met behulp van een mobiele kraan.
In het kader van bestrijding van werkloosheid werd zowel het molenmakers- als het metselwerk grotendeels uitgevoerd door werkloze jongeren onder begeleiding van een werknemer van molenmakerij v/h J. de Gelder b.v. uit Arkel.
Na voltooiing van de restauratie werd de molen op 17 april 1985 opnieuw in bedrijf gesteld door de toenmalige minister van W.V.C, L.C. Brinkman.

Naam
De molen kreeg toen de naam Ter Leede. Deze naam duidt op het gelijknamige waterschap dat na een reorganisatie van de polderindeling in de regio Leerdam en Schoonrewoerd in 1915 werd ingesteld.
Met de vernoeming van dit waterschap zal de oorspronkelijke en in vergetelheid geraakte naam Voormolen of Voorste Molen wellicht voorgoed zijn verdwenen.

Ondertoren

De ondertoren van de molen is gedekt met gepotdekselde planken. Deze vorm van dakbedekking heeft bij wipmolens in de Vijfheerenlanden altijd ruime toepassing gevonden. Het is de meest authentieke wijze van afdekken van ondertorens bij wipmolens. Pas later werd voor dit doel net gebruikt.

VERSIERINGEN EN INSCRIPTIES

De kap wordt gesierd door een fraaie opengewerkte makelaar. In de borstnaald komt een aantal inscripties voor, te weten van boven naar beneden:

J V R
S T
P V D L
W
H A P
P
1952
W G
T
C D G
1846

Het jaar 1952 herinnert aan de overname van de molen door de glasfabriek. De daarboven voorkomende letters zijn de initialen van H.A.P. Pijnacker, toenmalig directeur van deze onderneming. De betekenis van de overige inscripties is niet bekend.

Overgenomen uit het boek: "Van maalwerktuigen tot cultuurmonumenten" van de Stichting Publikaties Alblasserwaard en Vijfheerenlanden.

Informatie

Inventarisnr. provincie:
193

Type molen:
Wipmolen

Functie:
Poldermolen