Aanvullende gegevens

Inv. nr. 184
Dorp Hoornaar
Gemeente Giessenlanden
Eigenaar SIMAV (sinds 1974)
Type wipwatermolen
Bouwjaar 1638
Opvoerhoogte bij zomerpeil 0,60 m bij winterpeil 0,75 m
Vlucht 27,40 m
Wiekvorm Oud-Hollands (sinds 1974)
Bovenas F.J. Penn & Comp., Dordrecht, nr. 63 (1855)
Roeden binnenroede: Derckx Constructie, Beegden, nr. 399 (1981)
buitenroede: Derckx Constructie, Beegden, nr. 398 (1981)
Wateras gietijzer, fabricage-gegevens onbekend
Sintelstuk gietijzer, fabricage-gegevens onbekend
Scheprad diameter: 5,73 m breedte: 0,56 m

Historie en technische bijzonderheden
In 1638 werd de oude nogal bouwvallige molen vervangen door een nieuwe.
Voor de herbouw werd gebruik gemaakt van het drie jaar tevoren gemaakte bestek dat diende voor de herbouw van de Kleine Wielmolen.
Deze molens zijn dus elkaars evenbeeld geweest.

Laagste inschrijving

De laagste inschrijver voor de herbouw van de Scheiwijkse Molen was Joost Eversen uit Gorinchem. Deze bleek echter niet kapitaalkrachtig genoeg om het benodigde hout aan te kopen en bleek nooit eerder een molen te hebben gebouwd. Het polderbestuur trok de gunning in. De bouw werd onderhands aangenomen door Marten Martenszn. de Graeff en zijn broer Cornelis voor f 3.815. De Kleine Wielmolen werd drie jaar eerder ook door deze molenmakers gebouwd.

Versleten bovenwiel

Ornstreeks 1900 werd het oude versleten bovenwiel vervangen door een kwalitatief nog zeer goed exemplaar van een gesloopte poldermolen uit de omgeving van Asperen of Heukelum.
In 1954 werd het stormbint vernieuwd. De daaraan verbonden kosten werden grotendeels gedragen door het Rijk ingevolge de Wet Bescherming Waterstaatswerken in Oorlogstijd (B.W.O.). Dit gold overigens ook voor de in later jaren uitgevoerde herstellingen aan de molen totdat de B.W.O.-wet per 1 januari 1991 kwam te vervallen.

Nieuwe buitenroede in 1963

In 1963 werd de buitenroede, een potroede, vervangen door een andere potroede, afkomstig van de in 1962 afgebroken Kademolen van de polder Lopik c.a.
Tegelijkertijd werd het wieksysteem Van Bussel vervangen door het systeem van P.L. Fauël, de fokwiek.
Hiermee heeft de molen niet lang gemalen want al in 1974 werden de fokwieken verwijderd en werd de oudhollandse wiekvorm weer aangebracht.
Vervolgens werden de roeden in januari 1982 vervangen door nieuwe exemplaren, vervaardigd bij Derckx Constructie in Beegden en ook weer oudhollands opgehekt.

VERSIERINGEN EN INSCRIPTIES
Om de herinnering aan de hernieuwde ingebruikstelling in 1941 levend te houden, werd door jhr. F.L.J. van Rijckevorsel aan het polderbestuur een herdenkingssteen geschonken die werd ingemetseld in de westelijke veldmuur.
Hiertoe werd een gedeelte van de muur ongeveer een meter hoger opgetrokken dan oorspronkelijk het geval was. De tekst op deze steen luidt als volgt:

1456 1598
IN 1941 HERSTELD EN VOORZIEN
VAN STROOMLIJNWIEKEN VAN BUSSEL
ONDER HET BESTUUR VAN
E.AANEN, GROOTE WAARDSMAN
A.v.HOOF, J.DONK, G.v.IJZEREN
E.DE BRUYN, G.BOOTE, A.DE HOOP,
G.SLOB Wzn. BESTUURSLEDEN
C.DE BRUYN SECR. PENNINGM.
1859 1896

De in de hoeken uitgehouwen jaartallen geven waarschijnlijk de volgende feiten weer:
1456: In het keurboek van de polder Hoornaar is voor het eerst sprake van een molen in de polder.
1598: Niet duidelijk.
1859: Mogelijk is hier 1857 bedoeld, het jaar waarin het hoogheemraadschap van Arkel beneden de Zouwe onder hetzelfde bestuur kwam als het hoogheemraadschap van de Alblasserwaard.
1896: Opheffing van vijf afzonderlijke polders en oprichting van de polder Het Land der Zes Molens.

Op de ribben van de bovenas is bijgegoten:

GR. WAARDSMAN
MR. W.A. VAN AKEN
E. AANEN, E.de KUYPER
POLDERMEESTERS

In de windvaan is bij het vernieuwen van de kap het jaartal 1980 aangebracht.

Overgenomen uit het boek: "Van maalwerktuigen tot cultuurmonumenten" van de Stichting Publikaties Alblasserwaard en Vijfheerenlanden.

Informatie

Inventarisnr. provincie:
184

Type molen:
Wipmolen

Functie:
Poldermolen