Aanvullende gegevens

Inv. nr. 166
Dorp Oud-Alblas
Gemeente Graafstroom
Eigenaar SIMAV (sinds 1968)
Type ronde stenen grondzeiler
Functie tot in de jaren vijftig het bemalen van het peilgebied Zuidzijde (630 ha) in combinatie met een motorgemaal; tot 1861 tevens peilmolen voor het waterschap de Nederwaard
Bouwjaar 1819
Opvoerhoogte bij zomerpeil 1,15 m bij winterpeil 1,35 m
Vlucht 26,20 m
Wiekvorm Oud-Hollands
Bovenas N.S.B.M. Feyenoord (1842)
Roeden binnenroede: Bremer, Adorp, nr. 163 (1969)
buitenroede: Bremer, Adorp, nr. 162 (1969)
Wateras Wed. A. Sterkman & Zn., 's Gravenhage, nr. 359 (1865)
Sintelstuk gietijzer, fabricage-gegevens onbekend
Scheprad diameter: 5,90 m breedte: 0,48 m

Historische en technische bijzonderheden
De oudste vermelding van een molen op deze plaats dateert van 1527.
Sinds 17 augustus van dat jaar tot 1861 fungeerde de molen als peilmolen voor het waterschap de Nederwaard. In 1861 werd deze functie overgenomen door de Noordelijke Kooijwijkse Molen.

Brand

Tussen Kerstmis en Nieuwjaar 1817 is de oude Peilmolen door onbekende oorzaak afgebrand. Besloten werd in plaats van een wipmolen een ronde stenen grondzeiler te laten bouwen.
De bouw hiervan werd in maart 1818 aangenomen door Jan van ‘t Hoff uit Overschie voor f 8.200.-
Er werd bepaald dat de bovenas, de wateras en de beide roeden buiten het bestek bleven omdat de leverantie van deze onderdelen al was aangenomen door houthandelaar Fop Smit voor f 1.100. Als opzichter voor het metselwerk trad Willem Breedveld op voor twee gulden per dag. Hij was vijftig dagen als opzichter bij de bouw van de romp betrokken. Kennelijk ging niet alles van een leien dakje, want molenmaker Van ‘t Hoff ontving nog f 450 ‘wegens eenig werk aan dezelve molen buiten het bestek, alsmede het repareeren van de steenen bak’. Kennelijk was de stenen bak van het waterwiel beschadigd of lek, een ongemak dat gezien de vele en vaak hoge rekeningen hiervoor in de verschillende polderarchieven nogal eens voorkwam. Uiteindelijk beliepen de bouwkosten een bedrag van f 10.316,35.

Restauratieplan

In 1961 werd door de polder een eenvoudig restauratieplan opgesteld. Dit plan werd niet meer uitgevoerd omdat de regionale molenstichting interesse toonde voor overname.
Op 16 februari 1968 werd de stichting eigenaresse van de molen voor het symbolische bedrag van een gulden, met de verplichting de molen te restaureren.
Het herstel werd kort daarop ter hand genomen.
Het wiekenkruis, de voeghouten, de schoepen van het scheprad, de rietbedekking op de kap en de staart van de molen werden vernieuwd.

Uitvoering
De restauratie werd uitgevoerd door de firma J. de Gelder uit Oegstgeest. Het interieur werd vernieuwd door het plaatselijke aannemingsbedrijf Nijhof. Uiteindelijk kon de molen in de zomer van 1971 officieel in gebruik worden gesteld.
In de zomer van 1989 is de buitenste steenlaag van de romp grotendeels verwijderd en vervangen door nieuw metselwerk. Dit werd nodig geacht om het al jaren slepende probleem van doorslaande muren op te heffen.

VERSIERINGEN EN INSCRIPTIES

Groen geschilderde, wit afgebiesde baard met opschrift ANNO 1824 (niet het bouwjaar!).

Overgenomen uit het boek: "Van maalwerktuigen tot cultuurmonumenten" van de Stichting Publikaties Alblasserwaard en Vijfheerenlanden.

Informatie

Inventarisnr. provincie:
166

Type molen:
Ronde stenen grondzeiler

Functie:
Poldermolen