Aanvullende gegevens

Inv. nr. 164
Dorp Streefkerk
Gemeente Liesveld
Eigenaar SIMAV
Type wipwatermolen
Functie tot 1951 het bemalen van de polder Streefkerk c.a.; deze ondermolen behoorde tot een getrapte bemaling
Bouwjaar onbekend
Opvoerhoogte n.v.t., maalt in een circuit
Vlucht 24,50 m
Wiekvorm Oud-Hollands
Bovenas F.J. Penn & Comp., Dordrecht , nr. 302 (1865)
Roeden binnenroede: Derckx Constructie, Beegden, nr. 228 (1977)
buitenroede: Derckx Constructie, Beegden, nr. 227 (1977)
Wateras gietijzer, fabricage-gegevens onbekend
Sintelstuk gietijzer, fabricage-gegevens onbekend
Scheprad diameter: 5,66 m breedte: 0,48 m

Historie en technische bijzonderheden
De molen moet zijn gebouwd voor 1751.

In 1775 werd het maken van een nieuwe stenen wielbak aanbesteed. Of dit is uitgevoerd is twijfelachtig, want op 15 februari 1786 vond opnieuw een openbare inschrijving plaats voor het vernieuwen van de wielbak.

De laagste inschrijver was metselaar Ary van Spijk, aan wie het werk voor f 439 werd gegund.

Scheprad

In 1838 blijkt het scheprad te zijn ondergebracht in een ijzeren ommanteling. In een bestek van uit te voeren onderhoud aan de molen wordt deze overkapping ‘het kabbelhuis’ genoemd.

In 1855 werden aan de molen een nieuwe bovenzetel, steenburrie, vier nieuwe klossen om de koker en een nieuw storm- en trapbint aangebracht.

In oktober 1935 kocht het polderbestuur een gebruikte binnenroede voor de molen die door molenmakerij Gebroeders Van Reek uit Nieuwe Wetering werd opgehekt en voorzien van het wieksysteem Dekker.

Voor het aanbrengen van dit wieksysteem was Van Reek licentiehouder voor Zuid-Holland.

Niet tevreden

Op 19 november maakte het polderbestuur aan Van Beek kenbaar niet erg tevreden te zijn over de nieuwe wiekvorm omdat de molen erg onregelmatig draaide en bij rukwinden ‘holde’.

Werd de molen iets uit de wind gekruid dan klapperden de zeilen weer.

Onderhandelingen met Van Reek hadden echter geen resultaat. Het wieksysteem bleef gehandhaafd en de nukken ervan moesten op de koop toe worden genomen.

Restauratie
In 1977-1978 vond een uitvoerige restauratie aan de molen plaats die werd uitgevoerd door molenmakerij v/h b.v. J. de Gelder uit Valkenburg (Z.-H.).

Hierbij werden onder meer de gehele kap, constructiedelen van het bovenhuis, het wiekenkruis, de staart, het rietdek van de ondertoren, kozijnen, ramen en deuren en de schoepen van het scheprad vernieuwd.

Daarnaast werd nog een groot deel van het metselwerk van de waterlopen vernieuwd. Het in deze streek wat ongebruikelijke, maar voor de molen wel karakteristieke kabbelhuis werd verwijderd.

Het scheprad wordt nu half omsloten door een houten schot. De kosten van deze restauratie beliepen een bedrag van f 300.127,73.

Ingebruikstelling

Op 25 september 1978 werd de molen opnieuw in gebruik gesteld. Op dezelfde dag werd ook de Middelmolen te Molenaarsgraaf na een ingrijpende restauratie in bedrijf gesteld.

Evenals bij de overige wipmolens van deze polder zijn de onderste kapdelen niet rechtstreeks op de daklijsten genageld maar op een horizontaal liggende plank die rust op enkele klossen welke zijn aangebracht tegen de buitenzijde van de daklijsten.

VERSIERINGEN EN INSCRIPTIES

In de vanghaak is het jaartal 1768 geslagen. In de sluitsteen van de toog boven de achterwaterloop is het jaartal 1776 gehakt.

De makelaar draagt een windwijzer in de vorm van een haan.

Overgenomen uit het boek: "Van maalwerktuigen tot cultuurmonumenten" van de Stichting Publikaties Alblasserwaard en Vijfheerenlanden.

Informatie

Inventarisnr. provincie:
164

Type molen:
Wipmolen

Functie:
Poldermolen