Aanvullende gegevens

Inv. nr. 173
Dorp Molenaarsgraaf
Gemeente Graafstroom
Eigenaar SIMAV (sinds 1987)
Type ronde stenen grondzeiler
Functie oorspronkelijk het bemalen van de polder Molenaarsgraaf; sinds 1861 tevens baak- of seinmolen voor het waterschap de Nederwaard
Bouwjaar 1844
Opvoerhoogte bij zomerpeil 0,80 m bij winterpeil 0,90 m
Vlucht 26,35 m
Wiekvorm Oud-Hollands
Bovenas N.S.B.M., Feyenoord (1843)
Roeden binnenroede: J. Straathof, Rijpwetering, nr. 18 (1985)
buitenroede: J. Straathof, Rijpwetering, nr. 19 (1985)
Wateras gietijzer; fabrikaat niet vermeld maar waarschijnlijk identiek aan het sintelstuk
Sintelstuk De Waal & Van Driest, Utrecht (1843/1844)
Scheprad diameter: 5,70 m breedte: 0,64 m

Historische en technische bijzonderheden
Ter plaatse van de huidige stenen grondzeiler stond voor 1844 een wipmolen.
Op 24 november 1588 werd in een vergadering van het plaatselijk bestuur besloten tot de bouw van een nieuwe 'Kerkmolen [...] alsoe de ouwe nyet doegt’.

Sloophout voor kerk

Het bij de sloop vrijgekomen balkhout werd kort daarop verwerkt onder de fundering van een nieuw te bouwen toren aan het schip van de Nederlands Hervormde kerk van Molenaarsgraaf.

Het bovenhuis en de koker van de wipmolen werden in 1725 vervangen. Op 5 januari van dat jaar werd de ingrijpende herstelbeurt in het openbaar aanbesteed. De molen werd in het bestek aangeduid als de ‘Oosteyndse watermolen’, dus als tegenhanger van de tweede molen van de polder, de Westeindse Molen. Volgens het bestek moest onder de hals van de bovenas een ‘betste voor de molenaer’ worden gemaakt. Molenmaker Aalbert Crul die het karwei voor f 1.440 aannam, moest de nieuwe koker en het nieuwe bovenhuis binnen vijf weken hebben geplaatst.

Brand

Op 23 augustus 1843 brandde de wipmolen door blikseminslag af.
Er werd besloten een ronde stenen grondzeiler te laten bouwen naar een door Leendert Roodnat uit Sliedrecht te maken bestek. Roodnat bleef ook daarna als dagelijks opzichter bij de bouw van de molen betrokken en verzorgde de aankoop van materialen.
Van 26 augustus 1843 tot 1 mei 1844 was hij als zodanig in dienst bij de polder waarvoor hij f 423 kreeg. Als metselaars van de romp werden genoemd Dirk Verheul uit Giessendam, Dirk Luthart en Anthony de Kovel. Dagelijks opzichter van het metselwerk was Wouter Jacobus Versteeg uit Sliedrecht.

248.000 Stenen

Er zouden in totaal ongeveer 248.000 stenen in de molen zijn verwerkt die waren gekocht bij de Gebr. ‘t Hooft in Dordrecht.
De stenen werden per schip aangeleverd in 21 partijen met een wisselende hoeveelheid van 3.000 tot 26.000 stenen per vracht voor een totaalprijs van f 1.228,85. De benodigde tras en kalk werd geleverd door Penn & Bauduin uit Dordrecht. Het voegen van het metselwerk werd uit gevoerd door M.J. Verhey uit Sliedrecht

Totale bouwkosten

De totale bouwkosten waren volgens bet bestek begroot opf 12.706.

Elektromotor
Op 7 mei 1926 besloot het polderbestuur, na uitgebracht advies van M.F. Visser uit Delft, in de molen een elektromotor van 60 pk te plaatsen die door middel van een overbrenging het scheprad kon aandrijven. Hierdoor was men minder afhankelijk van de wind en van de tweede molen.

Sloop en verkoop

In 1927 werd de Westeindse Molen dan ook gesloopt. Nadat in 1975 de bemaling van de polder werd gecombineerd met de polder Giessen-Oudebenedenkerk, werd de elektromotor weer uit de Kerkmolen verwijderd.
In 1971 kocht de gemeente Molenaarsgraaf de molen van de polder Molenaarsgraaf voor het symbolisehe bedrag van een gulden.

Ingrijpende herstellingen

In het daarop volgende jaar werden ingrijpende herstellingen aan de molen uitgevoerd, zoals het repareren van de roeden en de staart, het opnieuw ophekken van het wiekenkruis, het gedeeltelijk vernieuwen van het rietdek van de kap, het aanbrengen van een nieuw voorkeuvelens met windpeluw en het uitvoeren van herstellingen aan het metselwerk van de romp.

Door verscheidene kleinere reparaties bleef de molen ook nadien flinke financiele offers vragen van de gemeente. Om die reden stelde het college van B&W in juli 1983 aan de gemeenteraad voor akkoord te gaan om de molen voor een gulden te verkopen aan de Sticbting tot Instandhouding van Molens in de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden.
De meerderbeid van de raad kon zich hier echter niet in vinden. Er werd een fonds gevormd, gevoed door de saldi-reserves van de gemeente waaruit de onderhoudskosten zouden worden betaald. In de daaropvolgende jaren zijn grote bedragen uitgegeven aan ondermeer het waterdicht maken van de stenen romp en het aanbrengen van een nieuw wiekenkruis.

Toch verkocht

Op 1 juni 1987 besloot de gemeente Graafstroom waarvan Molenaarsgraaf sinds 1 januari 1986 deel uitmaakt, de molen toch in beheer te geven aan de molenstichting. Gelijktijdig met de overdracht van de molen werd ook de naastgelegen molenaarswoning, tot dan eigendom van bet hoogheemraadschap, overgedragen, elk voor het symboliscbe bedrag van een gulden.

De staven van het onderrondsel zijn in gietijzer uitgevoerd. Opmerkelijk is dat ze niet de normale ronde maar een ovale doorsnede hebben.

VERSIERINGEN EN INSCRIPTIES

Fraai gestoken, in geel en groene kleuren uitgevoerde baard met opschrift:

ANNO 1844
AS

Sierlijke windvaan op de kap. In de wateras zijn de volgende inscripties gegoten:

N. KOREVAAR A. STREEFLAND
W. DEN BUTTER A. VAN CASANT heemraden
A.C. CROONEVELD voorzitter
B. BAKKER
I. TUKKER [onleesbaar]

Overgenomen uit het boek: "Van maalwerktuigen tot cultuurmonumenten" van de Stichting Publikaties Alblasserwaard en Vijfheerenlanden.

Informatie

Inventarisnr. provincie:
173

Type molen:
Ronde stenen grondzeiler

Functie:
Poldermolen