Aanvullende gegevens

Inv. nr. 189
Gemeente Arkel
Eigenaar SIMAV (sinds 1991)
Type achtkantige stellingmolen
Functie tot ± 1970 het vermalen van granen ten behoeve van veevoeder
Bouwjaar 1851 (herbouw na overplaatsing)
Vlucht 26,30 m
Wiekvorm systeem Fauël
Bovenas L.I. Enthoven & Co., 's Gravenhage, nr. 34 (1847)
Roeden binnenroede: Bremer, Adorp, nr. 170 (1969)
buitenroede Gebrs. B. Pot, Kinderdijk, nr. 868 (1874)
Inrichting een koppel 17der blauwe stenen met regulator en een koppel 17der kunststenen met regulator, mengketel, jacobsladder, sleepluiwerk; vanaf de bouw is een woning in de molen aanwezig.

Historische en technische bijzonderheden
De huidige molen werd in 1851 gebouwd. Ruim tien jaar eerder gingen er echter al stemmen op om ter plekke een molen te laten verrijzen.
Op 27 september 1840 werd Antonie Rekoert uit Groot-Ammers vergunning verleend in Arkel een korenmolen te laten bouwen.

Vanwege de hoge accijnzen, de zogenaamde ‘belasting op het gemaal’, zag hij bij nader inzien af van zijn plan.’ Korte tijd later, op 15 juli 1846, werd door het plaatselijk bestuur aan Willem van Tuil, korenmolenaar te Giessen-Nieuwkerk, vergunning verleend om in een boomgaard een korenmolen te bouwen.

Van Tuil had de boomgaard voor dit doel inmiddels aangekocht. Het provinciaal bestuur weigerde echter een vergunning af te geven omdat naar zijn oordeel de molen te dicht bij de openbare weg was gepland. De minimale afstand tussen rijweg en molen moest vijftig el meten.
Omdat het aangekochte perceel kennelijk te klein was het plan aan te passen, kon de bouw niet doorgaan.

Vervanging houten roede

In 1941 werd een houten roede vervangen door een gebruikt exemplaar dat al enige jaren bij de molen in reserve lag.
Het jaar daarop werd het oudhollands opgehekte wiekenkruis gewijzigd in het systeem van Bussel. Vervolgens werd in 1943 het bovenwiel vervangen door het wiel van de in 1942 gesloopte beltkorenmolen van Heeze (N.-B.).

Toen de concurrentie van de grotere meelfabrieken steeds meer voelbaar werd, overwoog eigenaar C. Scherpenisse in 1946 de molen gedeeltelijk te laten slopen om in het stenen onderachtkant over te gaan op motorische bemaling. Toen dit burgemeester H. Scheffer van Arkel ter ore kwam, zette hij alle zeilen bij om de molen voor Arkel te bewaren.

Door zijn grote persoonlijke inzet en mede dankzij donaties en leningen kon de molen op 30 december 1947 door de gemeente worden aangekocht. Het jaar daarop werd het kruirad vervangen door een kruilier die door de daarin aangebrachte tandwieloverbrenging bij het gebruik minder inspanning vergt.

1854

In het voorjaar van 1851 werd hetzelfde stuk boomgaard aangekocht door Johannes Westers, een aannemer uit Utrecht.
Westers had kort daarvoor in het Noord-Hollandse Schermerhorn twee achtkantige houten poldermolens voor f 1.085 aangekocht die daar als ondermolens hadden gediend en overbodig waren geworden.

Westers zag mogelijkheden beide ondermolens als korenmolens te herbouwen, te weten een in Soest en een in Arkel.
Om boven de omliggende bebouwing ut te komen, werd de achtkantige houten romp op een hoge gemetselde onderbouw geplaatst die werd voorzien van een zwichtstelling.

Vanaf 1851 tot kort voor de Tweede Wereldoorlog was in de molen nog een stel stenen aanwezig waarmee eikeschors werd vermalen tot run. Dit produkt werd afgezet aan in Gorinchem gevestigde leerlooierijen.

1955 Brons dieselmotor

In 1955 werd door huurder/molenaar C. Scherpenisse een koppel stenen aangekocht dat werd aangedreven door een Brons-dieselmotor, voor gebruik tijdens windstille perioden.
Door de molen werden toen alleen nog granen tot veevoeder vermalen. Het malen ten behoeve van plaatselijke bakkerijen heeft na de oorlog niet meer plaatsgevonden.

Restauratie
Vijf jaar later werd een belangrijke restauratie aan de molen uitgevoerd waarbij de stelling, de windpeluw, een steenrondsel, de staartbalk, de korte en lange spruit en vijf velden net werden vernieuwd.
Bovendien werden de houten rollen van het kruiwerk vervangen door een zogenaamd Engels kruiwerk.

Nieuwe roede in 1969

Toen in 1969 een der roeden diende te worden vervangen, werd bij die gelegenheid ook het wieksysteem Van Bussel van de andere roede verwijderd en werd op beide roeden het systeem Fauël aangebracht.
Dit kon helaas niet verhinderen dat de molen kort daarna buiten gebruik kwam.

Nieuwe spruit

In 1978-1979 werd de lange spruit in ijzer vervangen en werden de staartbalk, kapzolder en een steenkuip vernieuwd en reparaties aan het rietdek en de stelling uitgevoerd.
De laatste werd overigens in 1982 geheel vernieuwd.

Gemeentelijke herindeling

Als gevolg van de gemeentelijke herindeling kwam de molen per 1 januari 1986 in eigendom van de gemeente Giessenlanden. Op 1 mei 1991 is de molen overgedragen aan de Stichting tot Instandhouding van Molens in de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden.

VERSIERINGEN EN INSCRIPTIES

Wit afgebiesde donkergroene baard met opschrift

ANNO 1851
‘Jan van Arkel’

#Aan de zuidoostzijde is een stichtingssteen ingemetseld in het onderachtkant met het volgende opschrift:

DE EERSTE STEEN GELEGD
DOOR
W.C.P.E. de KLOPPER
OUD 6 1/2 JAREN
18
18 51
8

Overgenomen uit het boek: "Van maalwerktuigen tot cultuurmonumenten" van de Stichting Publikaties Alblasserwaard en Vijfheerenlanden.

Informatie

Inventarisnr. provincie:
189

Type molen:
Achtkante stellingenmolen

Functie:
Korenmolen