Aanvullende gegevens

Inv. nr. 180
Dorp Goudriaan
Gemeente Graafstroom
Eigenaar SIMAV (sinds november 2000)
Type achtkantige grondzeiler
Functie tot 1969 het bemalen van de polder Goudriaan en Noordzijde, was tevens baak- of seinmolen voor het Waterschap de Overwaard.
Bouwjaar 1779
Opvoerhoogte bij zomerpeil 0,80 m bij winterpeil 0,95 m
Vlucht 29,15 m
Wiekvorm systeem Fauël (sinds circa 1965); voordien imitatiesysteem Van Bussel
Bovenas F.J. Penn & Comp., Dordrecht, nr. 23 (1850), slechts 4,5 m. lang
Roeden binnenroede: J. Straathof, Rijpwetering, nr. 22 (1985)
buitenroede: J. Straathof, Rijpwetering, nr. 23 (1985)
Wateras gietijzer; fabricage-gegevens onbekend
Sintelstuk gietijzer, opgegoten tekst: ‘D. Brussen Schoonhoven 1850
Scheprad diameter: 5,70 m breedte: 0,55 m

Historische en technische bijzonderheden
Teneinde de grote wateroverlast in de Alblasserwaard te kunnen beteugelen is men al zeer vroeg over gegaan tot bedijken.
Reeds in 1277 worden er handvesten ondertekend die tot het indijken van een groot deel van de Alblasserwaard leiden. Aanvankelijk verloopt het uitwateren nog langs natuurlijke weg via sluizen die, bij hoog water in de polder, bij lage waterstand van de rivieren uitwateren.Op den duur is dit, door steeds verdere inklinking van het land, niet meer mogelijk.

Omstreeks 1450

Bekend is dat omstreeks 1450 in deze streken al vele tientallen molens hebben gestaan. Al sinds de vroegste tijden waren, waterstaatskundig gezien, de polders Oud Goudriaan en Noordzijde Noordeloos met elkaar verenigd.
Teneinde de waterhuishouding te regelen stonden er in dit polderdeel drie wipmolens die, zoals uit oude stukken is gebleken, de Voorste-, de Middelste- en de Achterste Molen werden genoemd. Ook in het polderdeel Noordzijde Noordeloos stond een wipmolen; de Dikke Molen.

Brand

Al in 1736 brandt de Middelste Molen af. Daarvoor is nooit een nieuwe gebouwd. Op 14 oktober 1900 brandt de Dikke Molen af. Daarvoor komt een stoomgemaal in de plaats.
In 1901 wordt de Achterste Molen buiten bedrijf gesteld en in 1904 afgebroken.
Het nieuwe stoomgemaal en de Voorste Molen zullen zorgen voor het uitmalen van het water.
In 1779 is de Voorste Molen in zo slechte staat, dat hij niet meer te repareren is.

Heer van Noordeloos

De Heer van Noordeloos, Hendrik van Barneveldt, stelde voor “of het niet best waar en voordeeligst dat men tot den nieuwen moolen een agtkante moolen verkoos”.
Na raadpleging van de ingelanden werd hieraan de voorkeur gegeven.Op 28 mei 1851 werd besloten de molen drie Amsterdamse voeten (circa 85 cm) te verhogen waardoor de roeden met ongeveer 1,70 m konden worden verlengd. Één en ander gebeurde uiteraard met het oog op een capaciteitsvergroting waaraan nog steeds behoefte bleek te bestaan.

Opvallend

Opvallend is dat pas tijdens de verhoging van de molen aan de oostzijde een deur werd aangebracht op de plaats waar tot dan toe een lichtkozijn met blind was. Kennelijk had de molen voordien slechts één deur, op het westen (met klompenhok), wat zeer ongebruikelijk is.

Opvijzelen

Het opvijzelen van de molen, vanaf het ondertafelement, werd uitgevoerd door timmerman A. Timmers de Bie. Hij droeg ook zorg voor het verlengen van de houten roeden, de spil en de staartbalk en voerde nog wat bijkomend werk uit, zoals het aanbrengen van nieuwe vangstukken.

Het verhogen en tevens aan de buitenzijde verbreden van de gemetselde veldmuren werd uitgevoerd door de plaatselijke metselaar Teunis Ouwerkerk, waarbij metselaarsbaas Dirk Verheul uit Molenaarsgraaf als opzichter fungeerde.

Na enige tijd begon de molen als gevolg van verzakkingen van de veldmuren naar het westen over te hellen, zodat de toppen van de roeden de voorwaterloop raakten.
Om die reden werden de topeinden met 10 cm ingekort waardoor de vlucht 28,80 werd.
Deze Potroeden, werden in 1985 vervangen door een nieuw paar met een lengte van 29,15 m. Dit was mogelijk omdat enkele tientallen jaren eerder de molen weer recht was gezet. Het metselwerk tussen de ondertafelementen en de veldmuren werd toen opgevuld.

1973 reorganisatie polders en waterschappen
In verband met de reorganisatie van de polders en waterschappen per 1 januari 1973, werd het waterschap “De Overwaard” eigenaar van de molen.
In januari 1974 werd de molen, voor het symbolische bedrag van één gulden verkocht aan de gemeente Goudriaan.

Talrijke herstellingen

Sindsdien werden talrijke herstellingen uitgevoerd, waaronder het al genoemde vervangen van het wiekenkruis. Nadat eerder al met goed gevolg een stalen windpeluw was vervaardigd door Scheepswerf Groot-Ammers b.v., werd in november 1990 ook de houten korte spruit vervangen door een stalen exemplaar van hetzelfde fabrikaat. Ook was deze werf goed voor een nieuwe wachtdeur, de schepradbladen en de ijzeren kruivloeren (onder en boven).

VERSIERINGEN EN INSCRIPTIES

Fraai gestoken en geschilderde baard met daarop de wapens van de voormalige gemeenten Noordeloos en Goudriaan en dat van het waterschap de Overwaard, alsmede het opschrift
ANNO 1779.

Ook de achterbaard is fraai van vormgeving. Hierop prijkt het wapen van gemeente Graafstroom.

In de kruisarmen van het bovenwiel zijn de volgende namen uitgesneden

A. van Kersen – Architek
A. van Eyl – Molenmaker 1861
G. Gerdessen Timmermans
N. Groen – Polderschouts
A.Vonk
C.Stehouwer
A. van Kleef
G. de Jong
S V D B 1874 (?)

MOLENAARS
1772 Teunis den Haan (Toen was het nog een wipmolen)
1775 Teunis Nijsz. Vonk
1800 Teunis Teunisz. Vonk
1831 Arij de Ruiter
1832 Teunis Teunisz. Vonk
1840 Hendrik van Wijk
Medio 1860 Jan van Houwelingen
1910 Hermanus van Houwelingen
1950 Gerrit van Houwelingen
1973 Andries van der Graaf – vrijwillig molenaar
2007 Johan Barten – vrijwillig molenaar

Overgenomen uit het boek: "Van maalwerktuigen tot cultuurmonumenten" van de Stichting Publikaties Alblasserwaard en Vijfheerenlanden.

Informatie

Inventarisnr. provincie:
180

Type molen:
Achtkante grondzeiler

Functie:
Poldermolen